Pagina's

29.5.12

Lucca 2012







































5.5.12

Pisa

Het Rayanair-toestel boort zich door het dichte wolkendek boven Eindhoven. En achter, in dit geval boven de wolken, schijnt de zon.  In de Alpen ligt nog veel sneeuw. Eerder dan gepland landt het toestel op de luchthaven van Pisa. Met een boemeltje ga ik naar het centraal station dat 5 minuten verder op ligt.

De zon schijnt en de temperatuur is weldadig vergeleken met de koudste 5 mei sinds 21jaar in Nederland. Via internet heb ik een goedkope kamer voor één nacht in een B&B geboekt. Vlakbij het station op 6 hoog. Op mijn bellen wordt niet opengedaan. Dan eerst maar een echte espresso bij Gambrinus op de hoek. Als ik telefoneer blijkt er toch wel iemand thuis te zijn. Voor € 30,- inclusief ontbijt en gebruik van Wi-Fi verwacht ik een sjofel kamertje waar in mijn ergste fantasie de kakkerlakken over de vloer kruipen. Maar het valt alleszins mee. Een aardige jongen maakt mij wegwijs. Ik mag zelfs het espressoapparaat gebruiken. Hij geeft mij een plattegrond van de stad en een kaartje van een restaurant dat hij aanbeveelt.


De  pantoffelparade is in volle gang. Mijn lengte en mijn iets te hoge looptempo harmoniëren niet helemaal met deze collectieve tijdspassering. De toeristische trekpleisters, de Dom, het Baptisterium en uiteraard de scheve toren mag ik niet overslaan. En ondanks de clichébeelden die diep in ons collectieve geheugen gegrift zijn, is de werkelijkheid  adembenemend mooi. Over clichés gesproken; de meest gemaakte foto is die waarbij men de suggestie probeert vast te leggen dat  de gefotografeerde de toren behoedt voor omvallen. Een foto waarbij je de illusie krijgt dat iemand de toren omver duwt zou origineler zijn.

De burgerlijke schemering treedt in. Het wordt tijd om iets te eten. De terrassen op de talloze pleintjes zitten vol mensen die genieten van een glas wijn, een biertje of een spritz. Het aanbod aan restaurants is groot. Hoewel ik er eerlijk gezegd geen enkel vertrouwen in heb dat het aanbevolen restaurant aan mijn behoefte zal voldoen, besluit ik er toch even langs te lopen. In mijn bevooroordeelde fantasie is het een onooglijke tent met felle neonverlichting die eten serveert van inferieure kwaliteit tegen omgekeerd evenredige prijzen. Mijn premature oordeel wordt echter geheel gelogenstraft.

‘Undici’ dat 11 betekent is een atypisch restaurant dat erg in trek is bij de Pisanen. Sfeervol verlichte ruimte met grote lampen en een hoog balkenplafond. Eenvoudige tafels met banken en wat tafeltjes. Je moet zelf een plekje zoeken en zelf de tafel dekken met een onderlegger, servet, bestek en een karaf water met een glas. Vervolgens bij de bar een salade samenstellen of in mijn geval alleen een ‘secondo’ bestellen en een karafje rode wijn. Als het bestelde gerecht klaar is wordt het nummer omgeroepen. Na afloop ruim je alles netjes op en betaal je bij de kassa.

29.12.11

Zilte Zeilverhalen: Kerstmist

Zilte Zeilverhalen: Kerstmist

Kerstmist


De man aan de helmstok rilt van de kou.Van extra laagjes heeft hij nog nooit gehoord. Desondanks geniet hij van de stilte, slechts onderbroken door de geluiden van overvliegende ganzen. Het strijklicht van de ondergaande zon kleurt de opkomende mistflarden zacht roze. Alsof hij in een driedimensionaal schilderij van Turner vaart. Maar het wordt nu snel kouder. De wind is helemaal weggevallen. Hij strijkt de zeilen en start de “ijzeren dame”. Met een comfortabele 5 knoop glijdt hij naar de ontmoetingsplek. Hij tuurt ingespannen, van onder zijn zwaar bedauwde wenkbrauwen, om zich heen. Zijn ogen vinden, in deze steeds dikker wordende mist en de snel invallende duisternis, geen enkel houvast. Hij luistert of er nog andere scheepsgeluiden te horen zijn. De mist smoort alle geluiden. Hij besluit om wat gas terug te nemen. Maar voordat hij de hendel kan pakken schokt de boot, de boeg duikt sterk naar beneden en hij verliest zijn evenwicht. Hij is aan de grond gelopen! Ontgoocheld kijkt hij om zich heen en een voor kerstavond minder geschikte krachtterm ontsnapt aan zijn lippen. Allerlei doemscenario’s flitsen door zijn hoofd. Maar dan doet de adrenaline zijn werk en komt hij in actie. Gas terug en dan voluit in de achteruit. De oude Volvo Penta loeit als een gewond dier en trekt de spiegel naar beneden. Na een half uur vruchteloos pogen, waarbij hij alle trucs probeert om beweging in het schip te krijgen, geeft hij het op. De motor zwijgt. Tijd voor bezinning.

Hij was eerder die dag om 11.30 uur vertrokken onder een strak blauwe hemel. Er stond een koude  noordoostenwind, windkracht 3. Precies op de afgesproken tijd kreeg hij een sms-je met de positie, waar hij om 17.00 uur werd verwacht. Hij had de positie in de kaart gezet en geglimlacht. Het was nog 22 mijl varen maar met halve wind zou dat een heerlijke tocht worden. Bovendien voelde hij zowel een lichte spanning als nieuwsgierigheid naar wie en wat hij daar zou aantreffen.

Afgelopen jaar zat hij niet lekker in zijn vel. Alles ging goed en toch knaagde er iets van binnen. Geen burn-out maar meer een existentiële crisis. “Waartoe zijn wij op aarde?” en dat soort vragen maar dan wat eigentijdser geformuleerd. Als escape had hij deze oude boot gekocht. Het zeilen had hem een nieuw gevoel van vrijheid gegeven. Vorig jaar had hij de kerstdagen bij zijn ouders doorgebracht. Maar al die goedbedoelde aandacht had hem benauwd. Het had hem neerslachtig gemaakt. Dit jaar moest het anders. Zijn oog was gevallen op een kleine advertentie in de Drietand. ‘Kerstvieren met je eigen boot, op een verrassende locatie! Ben je alléén of met partner en tussen de 35 en 55 jaar en zoek je iets anders dan de traditionele kerstviering? Bel nu, gevolgd door een 06 nummer.’ Hij had gebeld. De vrouw die opnam had een prettige stem en wat ze vertelde over de bijeenkomst sprak hem aan. Geen reli- noch een relatiebijeenkomst, maar een ontmoeting van gelijkgestemden die behalve de vrijheid op het water ook de vrijheid van denken zochten. Gezien zijn beperkte culinaire kwaliteiten zou hij een bijdrage leveren aan het kerstontbijt door te zorgen voor gevarieerd brood, eieren en vers geperst sinaasappelsap. Iedere deelnemer zou op 24 december een sms-je ontvangen met de exacte positie van de locatie. Gezien zijn thuishaven kreeg hij het advies om in ieder geval vóór 12.00 uur te vertrekken.

Hij zit stil en luistert scherp maar er is geen enkel geluid te horen. Hij pakt zijn mobi en toetst het 06 nummer van de organisator in. Geen bereik, ook dat nog! Dat wordt vervelend. Hij heeft geen marifoon aan boord. Hij overweegt om hard te toeteren of om een vuurpijl af te schieten, maar verwerpt beide mogelijkheden. Gezien tijdstip en omstandigheden is de kans op succes nihil. Bovendien bevindt hij zich weliswaar in een ongewenste, maar zeker geen gevaarlijke positie. De radarreflector hangt permanent in het want en hij hijst het energiezuinige LED ankerlicht aan het voorstag. De kans om overvaren te worden  is uiterst gering. Vrachtverkeer komt hier niet en vissers, veelal afkomstig uit godvrezende gemeenten, zitten allemaal thuis.

Hoe is hij hier verzeild geraakt? Vertwijfeld kijkt hij nog eens op de kaart. Er moet hier toch water genoeg staan? Het is weliswaar een oude kaart, Editie 1985 staat er onderaan, maar hij had zich er afgelopen zomer nog prima mee gered van Lelystad naar Urk en terug. Opeens herinnert hij zich vaag dat Rijkswaterstaat plannen had om een bepaalde delen van deze grote plas om te vormen tot nieuwe natuur. Een nieuw eiland en ondiepe foerageerplaten maakten deel uit van de plannen. Dat zal toch niet hier zijn! Hij krijgt het er warm van. Wat is hij toch eigenlijk een sukkel. Hij beseft dat dit soort gebeurtenissen exemplarisch zijn voor zijn leven tot nu toe. Vaak voer hij nog op een oude, niet bijgewerkte kaart, terwijl anderen de bakens allang verzet hadden en een nieuwe koers waren ingeslagen. Kennelijk zijn strandingen dan onvermijdelijk. Wat wekelijkse  therapiesessies met aromatherapie niet vermochten dringt nu ineens helder tot hem door. Hij is weliswaar nog steeds slachtoffer maar hij beseft dat hij ook dader is.

Hij schrikt op uit zijn overpeinzing als hij een geluid meent te horen. Hij haast zich aan dek waar hij een regelmatig geplons hoort.  Dat lijkt wel een roeiboot. Hij begint te roepen. “Hallo is daar iemand?” Hij hoort stemmen en iemand roept, ”Wij komen er aan”. Even later komt een roeiboot met daarin twee mannen langszij. “Ben jij Dirk van de Just Blue?”, vraagt één van hen. “Ja, dat klopt” zegt hij verbaasd. “Mooi, dan is de club compleet. Wij maakten ons al zorgen over het ontbijt” zegt de man lachend. Hij stelt zich voor als Hans “En dat is Reinout” zegt hij, wijzend op de bebaarde roeier die hem met sympathieke pretogen aankijkt. “Geef je spullen maar aan en neem een slaapzak en dergelijke mee. Er is vast nog wel ergens een kooi over. Morgen bij daglicht halen wij jouw boot wel van de plaat” zegt Hans. Terwijl Reinout met krachtige slagen roeit, vertelt Hans hoe ze hem gevonden hebben. “Jij was de enige die nog gemist werd”, zegt hij “En toen kwam ik op het idee om de radar in de gaten te houden. En daar zagen wij een boot die op een mijl afstand stil kwam te liggen.” “Ik heb via de marifoon een paar keer een oproep gedaan maar daar kwam geen antwoord op. Wij waren bijna zeker dat jij het was, dus zijn wij in de bijboot gestapt met een handheld GPS.”

Na een kwartier doemen silhouetten van jachten op die aan een steiger van een opgespoten eiland liggen. Vanaf de kant klinken stemmen. “Daar zijn ze!” “Welkom schipbreukeling” zegt een vrouwenstem die hij herkent van het telefoongesprek. “Je zult het wel koud hebben”, zegt ze en stelt zich voor als Miranda. Ze neemt hem bij de arm mee naar wat tot zijn verbazing een yurt blijkt te zijn. Binnen is het behaaglijk warm door een brandende houtkachel. De tent is sfeervol verlicht door een aantal olielampen. Op de grond liggen kleden en zo’n twintigtal mannen en vrouwen zitten op kussens. Er heerst een levendige verwachtingsvolle atmosfeer. “Wat wil je drinken? Thee, bisschopswijn of liever een borrel?” “Graag een borrel”, zegt hij. Terwijl hij genietend nipt aan een oude Rutte, neemt Hans het woord. Dirk begrijpt dat ze op hem gewacht hebben. Dat vervult hem zowel met schaamte als met een warm gevoel. Als Hans uitgesproken is begint er iemand trompet te spelen. “I am sailing” van Rod Stewart  en daarna “Stille nacht”. Dirk glijdt weg in herinneringen. Hij is weer die kleine jongen van 5 die, wakker geworden van wonderlijke muziek, het gordijn opzij schuift en vol verbazing kijkt naar drie blazers van het Leger des Heils die, in het licht van de lantaarnpaal, “Stille nacht” spelen terwijl sneeuwvlokken gestaag uit de hemel vallen. Iedereen blijft even stil in gedachten in de vlammen staren. Alleen het knapperen van het haardvuur is te horen.

Dan begint Miranda met het voorlezen van het kerstverhaal; “De man aan de helmstok rilt van de kou.Van extra laagjes heeft hij nog nooit gehoord. Desondanks geniet hij ………………..”

28.11.11

Kenia



Aankomst
“De paraplu kun je wel thuislaten en een jasje heb je daar ook niet nodig!” zegt Anneke als wij aan het pakken zijn voor de reis.

De eerste ochtend in Kenia begint aan de Indische Oceaan. De zee die vannacht bulderend tegen de met boomstammen versterkte strandafscheiding sloeg, heeft zich 200 meter teruggetrokken. Midden op het parkachtige terrein van Mbuyu Beach Bungalows staat een enorme baobab boom die ook verantwoordelijk is voor de naam van het resort. ‘Mbuyu’ is Swahili voor baobab. De zonverlichte boom steekt prachtig af tegen de donkere lucht boven zee, die echter weinig goeds belooft. Even later komt de regen in bakken naar beneden.
 Foto: Strand Mbuyu Beach Bungalows


 Foto: Baobab-boom Mbuyu Beach Bungalows


Het blijft regenen en de meewarige blikken die mijn bergschoenen ten deel vielen aan het begin van de reis, zijn verandert in jaloerse blikken. ’s Avonds is het even droog maar daarna regent het weer aan één stuk door. De zevendaagse verwachting voor Kenia is ook al niet optimistisch, er wordt regelmatig regen verwacht. Het weer is ook hier duidelijk van slag.

Naar Jego
Charles, de chauffeur van het hotel, brengt ons naar Jego. Vlakbij de grens met Tanzania, bij het plaatsje Lunga Lunga slaan wij linksaf een zandweg op, richting Vanga.
Mr. Pashua heeft op zijn erf vier huizen waarvan er twee in aanbouw zijn voor zijn zoons. Ons kampement is gepland vóór het huis in aanbouw dat het dichtst bij de school staat, maar wij twijfelen nog of wij de tent buiten zullen opzetten. De zoon heeft ons namelijk het gebruik van het huis aangeboden. Aangezien het dak waterdicht is, lijkt dat misschien wel een aantrekkelijker optie. Twee kamertjes hebben een afgewerkte betonvloer. De rest van de ruimtes heeft zand of puin als vloer. Wim en Maryvon zetten de tent binnen op maar Anneke geeft de voorkeur aan buiten slapen.

Ondertussen zijn vier mannen bezig om een tijdelijke wc te maken. Een gat in de grond, er omheen een vierkant raamwerk van rechte takken die worden behangen met palmbladen, een rijstzak fungeert als ‘deur’ en klaar is onze latrine.






Foto’s: Mwanajuma en Mary

 












Het is inmiddels traditie geworden dat Mary en Mwanajuma, beiden lid van de ouderraad, voor het eten zorgen. Ze richten binnen een veldkeuken in met de kookspullen die Wim en Maryvon permanent in Jego opslaan.

Jego Primary School





Onze tent staat onder een grote boom. Het is vlakbij de school maar de ouders hebben onlangs een afrastering van prikkeldraad gemaakt om het schoolterrein te vrijwaren van loslopende koeien en geiten, die de jonge aanplant bedreigen. Dat betekent dat wij een omweg moeten maken om op school te komen. De school bestaat uit een drietal vaste gebouwen. De lokalen staan vol bankjes en aan de wand hangen, door de docent getekende, instructieplaten. Vaak is er een ‘speelwinkeltje’ bestaande uit, een kastje met een paar planken waarin allerlei spulletjes staan. In de hoek een tuintje van één bij één meter. De verschillen per lokaal zijn groot. De ene docent heeft alles overzichtelijk neergezet, mooie platen gemaakt en het winkeltje en het tuintje zien er verzorgd uit. Andere lokalen zijn vies, chaotische opstelling van bankjes, waarvan sommige kapot zijn en ook de aankleding is verweerd of ontbreekt.



Foto: Tuintje en winkeltje in het klaslokaal

Achter de school bevindt zich een groot sportveld, daar zijn de onlangs gebouwde wc’s te vinden en is ook een tuin waar men, bij wijze van proef, passievruchtbomen heeft aangeplant. Een grote watertank wordt gevoed door een deel van het regenwater dat, via de goten van het schooldak, naar de tank geleid wordt.

Anneke pakt de grote tas met Engelstalige boeken uit. Boeken die zij via Biblionef heeft gekregen. De docenten zijn zeer geïnteresseerd. Samen met Sarah, de docente Engels, bepaalt Anneke het niveau van de boeken. Wij nemen een stapeltje mee en gaan naar een klaslokaal waar op dat moment géén docent aanwezig is. De kinderen gaan naast de bank staan en begroeten ons. Ik neem een groepje apart en laat de leerlingen om de beurt een pagina lezen. Sommigen doen dat graag en lezen vlot. Maar anderen vinden het doodeng en komen maar moeizaam door de tekst. Maar het verhaal boeit kennelijk wel want ze weten van geen ophouden. Af en toe leg ik een begrip uit dat ze niet kennen, bijvoorbeeld ‘email’.

Dagelijks leven
Naast de tent hebben wij drie schoolbankjes tegen elkaar gezet. Een gezellig kleedje erop.
Het ontbijt bestaat uit oliebolletjes met een suikerkorst en zoute koekjes.

Mwanajuma heeft heerlijk vegetarisch gekookt. Said Kengo, de deputy headteacher eet mee. De nachtwachten, Mr Athumani Bassho en Mr Nganzy, komen er bijzitten. Iedereen drinkt het liefst koffie, iets wat ze vrijwel nooit drinken omdat het te duur is. De nachtwachten krijgen een LED lantaarn die opgeladen kan worden via een ingebouwd zonnepaneeltje of als er geen zon is, door één à twee minuten aan een koordje te trekken. Mr. Athumani Bassho begint te zingen. Een mooi liefdeslied in het Swahili. Wim en Maryvonne zingen mee. De brillen van Hans Anders worden met een zekere begerigheid gepast. Maar de objectieve conclusie is dat niemand een bril nodig heeft. Alleen Mary, maar die heeft al een bril. Kennelijk zijn Kenianen net zo gevoelig wat betreft hun ‘image’ als wij.

In het huis kunnen wij ‘mandiën’, douchen met een bakje water op Indonesische wijze. Eenmaal in de tent begint het te regenen. Maar wij liggen lekker droog.

Bezoek aan Nyarini
Vandaag staat een bezoek aan het schooltje in Nyarini op het programma, maar met de gestage regenval lijkt dat geen optie. De weergoden tonen zich echter inschikkelijk want het houdt op met regenen. Gewapend met paraplu’s gaan wij te voet naar Nyarini.
Boven op een heuvel klinkt kindergezang uit een klein hutje, het schooltje. Buiten staat een groot aantal ouders ons op te wachten. Maar voordat wij het ontvangstcomité met een Keniaanse handdruk kunnen begroeten, moeten wij een gezwollen riviertje oversteken. Wim is zo galant om Maryvon en Anneke, als een ware Christoffel, over te dragen.

De hut heeft twee ruimtes, één lesruimte en een kleine ruimte om te koken, die echter nu ook als lesruimte gebruikt wordt. In het donkere lokaaltje, waarin spaarzaam daglicht binnenkomt door kleine uitsparingen in de wand, zitten dicht op elkaar gepakt zo’n 60 kinderen. Ondanks de povere omstandigheden maakt het geheel een verzorgde indruk. Het is opgeruimd en er hangen instructiekaarten aan de wand. Buiten zijn bloembedden in geometrische vormen aangelegd door ouders. Er is een trapveldje, een tuin en er zijn wc’s.


Foto: De ouders en leerkrachten op het “schoolplein”


Terwijl Wim en Maryvon buiten overleggen met de ouders, het schoolcomité, de deputy van Jego en de onderwijzer, laat Anneke een plaatjesboek zien met uitklappagina’s. De kinderen zijn geboeid. Ik maak wat foto’s. De kinderen schrikken van het flitslicht van de camera, kennelijk iets wat zij nog nooit gezien hebben. Wij plakken bij alle kinderen een stickertje op de hand, dat zij vol trots bekijken. Anneke zingt; “Viva la musica” en ‘Komt en laat ons dansen zingen, komt en laat ons vrolijk zijn’. Het woord ‘vrolijk’ is niet uit te spreken en wordt vervangen door ‘happy’. Na afloop van de vergadering zingen de kinderen de liedjes voor de ouders.


Foto: Da’s schrikken!

Het oudercomité begeleidt ons tot aan de doorgaande zandweg. Wij lopen terug naar Jego terwijl opnieuw donkere wolken aan de horizon verschijnen. Al snel begint het te plenzen. Ondanks de paraplu worden wij flink nat. Rond de tent vormen zich steeds meer plassen.

”Mary, wat doe jij als het de hele dag regent?”, vraagt Maryvon. “I spend the day!”, is het laconieke antwoord.

De plassen worden groter en groter en het water loopt de tent binnen. Wij breken op en hangen het tentdoek binnen te drogen. Geen foute beslissing want even later begint het te stortregenen en te waaien, waardoor de vloer van het kamertje waar wij de tent op willen gaan zetten ook blank komt te staan. Met tie rips maken wij een gevlochten mat vast aan de spijlen van het raam waardoor de regen wordt tegengehouden.

’s Avonds is het opnieuw gezellig druk binnen. Mr. Alex, de politiechef, is er met zijn vrouw, de beide nachtwachten en mama Fatma. Er wordt gepuzzeld om een schuimplastic kubusje in elkaar te zetten en boter-kaas-en-eieren gespeeld. Mr Alex is apetrots dat hij een kubusje in elkaar gezet heeft.

Naar Vanga
Na het ontbijt met gesuikerde oliebolletjes en koffie gaan wij weer naar school. De regen is opgehouden. Wij gaan tekenen bij Mr. Maliki. Wij hebben een pak papier en een bak vol kleurpotloden meegenomen. De opdracht is, laat ons zien hoe Afrika er uit ziet. Het begint wat moeizaam maar als de naam op het papier is gezet en een rechthoekig kaderlijn is getrokken, gaan ze aan de slag. Eerst een figuur tekenen en dan inkleuren. Opvallend is dat er heel gestructureerd getekend wordt met allemaal losse componenten. Géén horizon, géén landschap maar allemaal losse voorwerpen, mensen en dieren. Soms gebruikt iemand prachtige kleuren of verdeelt de figuren mooi over het blad, maar er zijn er ook die alleen natekenen wat ze aan de wand zien hangen of maar een klein stukje van het papier gebruiken. Wij mogen de tekeningen meenemen in ruil voor de kleurpotloden en wat papier.

Omdat het droog is zouden wij nu naar Vanga moeten gaan. Om twee uur begint het vloed te worden en komen de houten vissersscheepjes terug naar de haven. Zelfs met hulp van Mary lukt het ons niet om fietsen te huren. Dan maar met de piki-piki, dat wil zeggen, achterop de brommer. In Vanga begint het te regenen. Een paraplu kost € 2,50. De geul die van zee komt is omzoomd door mangrovebos. Eén voor één komen de houten boten, met behulp van de motor of voor de wind met het witte latinozeil, richting de kade. Tassen vol vis worden naar de afslag gebracht, waar kopers al geduldig staan te wachten. Hussein Juma Mwambega bijgenaamd “Panama” is in het seizoen beachboy in Malindi maar nu leidt hij ons rond.


Foto: Scheepjes keren terug naar Vanga

Te voet terug naar Jego waarbij wij ontelbare malen ‘jambo’ (hallo) zeggen en zwaaien naar de kleine kinderen die op de erfjes aan het spelen zijn. Meestal kijken de mensen je aanvankelijk stug aan maar zodra je ‘jambo’ zegt, ontdooien ze vrijwel direct.

Het avondleven
De twee hoogste groepen blijven de weken voor de landelijke KCPE toets (een soort Cito-toets) op school, zodat ze ’s avonds bij elektrisch licht kunnen studeren. Ouders koken bij toerbeurt voor de kinderen en ’s nachts is er een nachtwacht. Wij gaan een kijkje nemen. En tot mijn verbazing zijn ze inderdaad braaf aan het studeren, zonder dat er verder enig toezicht is. Al snel komen ze met vragen over de leerstof. In Engels gestelde multiple choice vragen over vakken als plantkunde, social studies en wiskunde. De antwoorden blijken niet altijd eenvoudig of omdat wij lokale kennis van planten of historie missen, of omdat het kennis van specifieke Engelse termen vereist.

Vanwege de vele regen hebben wij in de grootste ruimte van het huis vier schoolbankjes tegen elkaar gezet. De beide nachtwachten zijn er. Mr. Athumani Bassho, met zijn karakteristiek fez en Mr. Mganzy. De stormlantaarn geeft een warm licht en Mr. Athumani Bassho met een led-hoofdlampje op, zit geconcentreerd een kleurplaat te kleuren. Het roept associaties op van een Rembrandt die bij kaarslicht zit te tekenen. Ondertussen vliegen de vleermuizen in en uit tussen de spijlen van de ramen door, waarbij ze af en toe rakelings langs mijn hoofd scheren. Op de achtergrond klinkt een onophoudelijk gekwaak en gesjirp met wat basgeluiden van grote kikkers die boven dit lawaai uitkomen.


Foto: Mr. Athumani Bassho

Vlucht voor het water
Het regent ’s nachts zo hard dat ik er een aantal keren wakker van wordt. ’s Ochtends blijkt dat tussen de school en ons verblijf, één grote plas is ontstaan. De plek waar de eerste nacht onze tent stond staat helemaal blank. Het geïmproviseerde toilet is volledig ondergelopen. Wim en Maryvon overwegen om vandaag te vertrekken, een dag eerder dan gepland, omdat anders het risico bestaat dat wij voorlopig niet meer wegkunnen.

Door de regen is een groot aantal kinderen niet op school gekomen en ook een aantal docenten ontbreken. Wij tekenen en knutselen met klassen waar geen leerkracht is. Dat laatste komt regelmatig voor en de kinderen blijven rustig op hun plaats zitten en wachten. Wim en Maryvon hebben een vergadering met een 50 tal ouders.

Charles komt ons om 15.00 uur halen en wil meteen weer vertrekken. Wij pakken onze spullen in en nemen afscheid van al die aardige mensen. Charles is er niet gerust op dat wij terug kunnen komen. Hij heeft ons via een alternatieve weg weten te bereiken maar het was niet eenvoudig en de toestand van de wegen verslechtert per uur. Vandaar zijn haast, om voor het donker wordt, terug te zijn in Mbuyu Beach. Het eerste deel van de route is weliswaar nat en modderig maar de fourwheeldrive trekt ons er wel doorheen. Het land is totaal verzadigd met water en grote delen staan blank. Een aantal keren rijden wij omzichtig, maar met veel getoeter langs een kudde koeien en geiten die op weg zijn naar een droog plekje. Sommige hutjes staan rondom in het water. Kinderen met verschoten en kapotte kleren staan in het vuile water en kijken nieuwsgierig naar ons. Op een paar plaatsen is de weg helemaal onder water verdwenen en is het gokken voor Charles om op de weg te blijven, terwijl het water alle kanten opspat.


Foto: kudde zoekt een droog heenkomen

Het spannendste deel moet echter nog komen. In de doorgaande verharde weg van Mombasa naar Tanzania is een duiker in de weg door de kracht van het water ondermijnd. De helft van de weg is daar verdwenen. De andere helft is al flink weggezakt en dreigt ook te bezwijken. Op de bedreigde plek is een grote menigte op de been. Wij stappen uit en gaan te voet over het kwetsbare gedeelte. Dan stuurt Charles de auto behoedzaam over het weggezakte gedeelte en slaakt hij een enorme zucht van opluchting en is helemaal euforisch als het gelukt is om, ongeschonden de overkant te bereiken.



Foto: Beschadigde weg

De Ramisi rivier op de heenweg een slootje, is nu zo gezwollen zodat de brug bijna overstroomt.

Wij zijn blij weer terug te zijn in Mbuyu Beach.

Bezoek aan Nikaphu
Mr. Ali, directeur van Kids care, komt ons halen voor een bezoek aan Nikaphu.
Er staan drie klaslokalen in twee stenen gebouwtjes en twee lokaaltjes zijn nog gehuisvest in een lemen hut. In één daarvan zijn moeders druk bezig om de lunch te verzorgen. Terwijl Wim en Maryvon overleggen met de headteacher, lezen wij met de kinderen van zijn klas uit de boekjes die wij meegebracht hebben.


Foto’s: Opperste concentratie bij het lezen

Op de rand van de veranda zit een grootmoeder en twee kleuters. Omari, medewerker van Kids Care, zit bij hen en vertelt dat de ouders van het meisje zijn overleden aan aids en dat grootmoeder voor het meisje zorgt. Het meisje is Hiv-positief en toen ze haar voor het eerst bezochten, was ze er slecht aan toe, maar dankzij de medicijnen is de ziekte gestabiliseerd en voelt ze zich weer veel beter.


Foto: Oma, de beide kinderen en Omari



Foto’s: Kinderen Nikaphu

Tegen twaalven is er groot beraad op de schaduwrijke plek onder de bomen. Het oudercomité, de leerkrachten, Mr. Ali en Omari van Kids Care, de dorpsraad, allemaal gezeten in een schoolbankje. Het publiek bestaande uit de leerlingen en moeders met kinderen zit op de grond. 

Dan komt er een groep jongens en meisjes die dansen en zingen op het ritme dat Mr. Anderson aangeeft met een petfles met steentjes en een stokje met belletjes, die Anneke voor hem gekocht heeft. Dan volgen allemaal sprekers die het belang van samenwerking onderstrepen. Wij slaan de lunch over, Annekes buik is van streek en ze heeft het zo wie zo niet op cassave. Wij lopen in de, voor het eerst deze reis, bloedhete middagzon naar het dorpje Ramisi. Anneke wil daar graag Mwanakasi ontmoeten, een jonge enthousiaste leerkracht, die zij vorig jaar heeft ontmoet.

Tenslotte
Wim en Maryvon bedankt voor deze unieke ervaring om op het Keniase platteland te verblijven en een kijkje te kunnen nemen bij jullie niet aflatende veldwerk. Ik heb mensen ontmoet en gezien hoe zij zich staande houden in soms moeilijke omstandigheden. Ik heb gezien hoe jullie met geduld, volharding en inzet proberen om deze mensen, maar vooral de kinderen, een perspectief te geven op een beter leven.

Stichting Shirika