Pagina's

14.8.07

Schiffsbegrüssungsanlage

Voor de sluis van Holthenau liggen al heel wat boten te wachten. Niet alleen pleziervaart maar ook vrachtvaart en die gaat voor. Na anderhalf uur wachten gaan de deuren voor ons open. Iedereen stoomt op maar desondanks gaat het heel gedisciplineerd. De meesten die hier varen zijn ervaren schippers. 100 Kilometer kanaal liggen voor ons. Het weer is prachtig en de NO wind geeft ons een duwtje in de rug. De fok trekt af en toe flink mee.

Bij de spoorbrug Rendsburg staat een groot bord “Schiffsbegrüssungsanlage”. Wij kijken elkaar glazig aan. Wat is dat in vredesnaam? Het antwoord laat niet lang op zich wachten. Wij passeren het terras bij de hangende pont en daar klinkt het Wilhelmus uit de luidsprekers!!! Lachende gezichten op de kant én in de boot. Even verder tanken wij en worden nog wat boodschappen gedaan.

Varen wij door in Brunsbüttel of niet? Dat is de vraag. Wij hebben drie scenario’s. Na het weerbericht geluisterd te hebben besluiten wij scenario C te kiezen. Vannacht
blijven wij in Brunsbüttel en morgen gaan wij met het tij naar buiten en dan de nacht doorvaren naar Borkum, Lauwersoog of Vlieland afhankelijk van weer en wind en ons uithoudingsvermogen.

8.8.07

Bagenkop





Opnieuw prachtig weer als wij uit Spodsbjerg vertrekken. Een heel licht briesje voert ons naar het zuiden. Doordat de stroom tegenstaat maken wij maar zeer geringe voortgang. Dus starten wij de motor. En zo af en toe zeilend af en toe op de motor ronden wij de punt van Langeland. Het haventerrein van Bagenkop is sterk veranderd. Ruim twintig jaar geleden was ik hier met Henk en Els met de Kaïros. Wij kwamen ’s avonds tegen half elf aan. Ik ging in het donker de kant op en belandde in een zomerkermis. Een kakofonie van geluiden en lichten. Tenten met daarin visetende en bierdrinkende Denen. Een taal waar ik geen touw aan vast kon knopen. Kortom een vervreemdende ervaring, deze eerste kennismaking met Denemarken. Maar nu wordt er gebouwd op het haventerrein. Reeksen houten huisjes met puntdaken hoewel deze enige gelijkenis vertonen met die in Stavoren gebouwd zijn, vind ik deze authentieker vanwege de houten buitenkant. Er is ook een vuurtorenachtige uitkijktoren gebouwd in dezelfde stijl. Als wij op de omloop staan komt de Hendrika Berends, met als thuishaven Kampen, de haven binnenvaren. De haven doet gezellig aan. Het aandeel van de vissersboten is geslonken. Terwijl het aantal amateur-vissers en zeilers is toegenomen. De haven is een goede uitvalshaven naar Kiel.

Wij worden gewekt door hamergeluiden en de onvermijdelijke radio van de bouwvakkers die al om half zeven op de steigers staan. Terwijl An inkopen doet van de laatste Deense kronen maak ik het schip vaarklaar. Afscheid van Denemarken. Afscheid van Scandinavië. Pal voor de wind gaat het, met halfwinder en grootzeil ieder aan een kant uitgezet. Maar na een paar mijl kakt de wind helemaal in en starten wij “het maschien”. Vlak voor de grote lichtopstand voor de Kieler Fjord dreigt nog een confrontatie met een militair patrouillevaartuig, maar een uitwijkmanoeuvre mijnerzijds deëscaleert de situatie tot normale proporties. Er wordt vriendelijk gezwaaid. Laboe is een aardige badplaats met goede ligplaatsen.

6.8.07

Vejrø








De zondagochtend begint veelbelovend met een heldere hemel en een zuidenwind. Na het douchen starten wij de motor en zetten daarna zeil. Ontbijt met ochtendzon in de kuip terwijl wij met 3,5 knoop de glooiende oevers voorbij zien schuiven. Helaas is de vreugde van korte duur want de wind valt volledig weg. Dus moet de ‘ijzeren dame’ ons opnieuw bijstaan. Het is net een heiige windloze zondagochtend op het IJsselmeer. Zelfs de massa kleine mugjes, die gelukkig niet steken maar door hun aantal en gekriebel toch irritant zijn, ontbreken niet. Alleen de schepen van de bruine vloot moeten wij hier ontberen.

Vejrø heeft een leuke gerenoveerde haven. Er zijn geen auto’s, er rijden alleen een paar quads en een shovel. Je kunt er alleen komen met de eigen boot of met een klein vliegtuig. Het eiland is particulier bezit en de eigenaar heeft flink geïnvesteerd. Prachtige nieuwe steigers met drinkwater en elektra. Een nieuw gebouwtje met sanitaire voorzieningen. En de paar huizen die er nog staan worden grondig opgeknapt en dienen straks als conferentieruimte en trainingscentrum. Er is een winkeltje met een grote ruimte waar je kunt zitten. ’s Avonds worden de barbecues op de kant aangemaakt door de havenmeester. Wij hebben een tijdje op het strand gelegen en in zee gezwommen. Een zeilboot voer vlak langs het strand terwijl iemand aan boord trompet speelde. Iemand die naar het jazzfestival op Femø geweest was?
De avondwandeling voert ons langs weilanden omzoomd door meidoornhagen. Het eiland is sinds de prehistorie regelmatig bewoond geweest. In 1920 woonden hier 75 mensen, een recordaantal, die leefden van wat het land opbracht en de visserij. Er is een kerkhof die nog aan die periode herinnert. Tot de lokale fauna behoren hazen en fazanten waarop gejaagd kan worden. Maar dat er ook reeën zouden zijn hadden wij niet verwacht totdat wij oog in oog staan met een tweetal van hen.
Een paar Duitse jongens hebben hun zeilboot op het strand getrokken en zijn bezig een potje te koken op een geïmproviseerd vuurtje tussen wat stenen. De laatste zonnestralen zetten de vuurtoren in een gouden gloed.

s’Ochtends is er versgebakken brood. Er staat een prettige oost zuidoostenwind. Wij moeten afscheid nemen van dit sympathieke eiland. Als wij boven het eiland langs varen zie ik een grote groep bruinvissen die om de beurt even boven water komen om adem te halen. Wij hebben nog even marifooncontact met de Pegasus, een Nederlands charterschip. Dat is het leuke van AIS, je ziet meteen de naam van het schip en de bestemming op het scherm. Dat er ook nadelen aan AIS zitten ontdekken wij even later. De wind is inmiddels flink aangetrokken en wij zijn genoodzaakt om een rif te zetten. Als ik daarna beneden ben roept An, "Wil je even bovenkomen?". Wij blijken pal in de vaarroute van twee marine fregatten te liggen. Die zie je niet met AIS. Met een snelle uitwijkmanoeuvre waarbij de motor in gezet wordt zoeken wij een veilig heenkomen. De haven van Spodsbjerg heeft nog ruimte genoeg voor Sielesâlt. De oostelijke wind drijft enorme hoeveelheden kwallen de haven binnen. Die eindigen in een hoekje. Kwallensoep!!

Zestig





Met gerepareerde zeilen kruisen wij de Køge-bocht uit. Het weer is somber, de zon laat zich niet zien. Er staat een vervelende korte golfslag. Maar dan passeren wij Stevns Klint 30 meter hoge kalkrotsen. De onderste laag bestaat uit krijt dat is opgebouwd uit de kalkhoudende schalen van microscopisch kleine algen die meer dan 65 miljoen jaar geleden in de zee leefden die Denemarken bedekte. Dan is er een dun laagje leem en vervolgens een hele dikke laag kalksteen. Het leemlaagje is heel interessant. 65 Miljoen jaar geleden werd de aarde getroffen door een grote meteoriet die zoveel stof in de atmosfeer bracht, dat het overal op de wereld in aardlagen is terug te vinden. Het gevolg van al dat stof was dat de aarde 3 jaar lang in het donker lag. Heel veel diersoorten, waaronder de dinosaurussen zijn daardoor uitgestorven. Veel geleerden zijn van mening dat hierdoor de zoogdieren en uiteindelijk ook de mens betere kansen op ontwikkeling hebben gekregen. Het is de vraag of wij überhaupt wel zouden bestaan wanneer deze catastrofe, schitterend ongeluk volgens anderen, niet had plaatsgevonden.

De jachthaven van Rødvig is helemaal vol zodat wij uitwijken naar de vissershaven waar wij langszij gaan bij een Deens zeilschip. Later komen er nog twee boten bij ons langszij. Inmiddels is het gaan regenen. An moet nog het één en ander regelen voor mijn verjaardagscadeau. Ze zit geconcentreerd te werken achter de laptop.

’s Ochtends wordt ik gewekt met "Lang zal die leven, Lang …………" en felicitatiezoenen van An. Als verjaardagscadeau krijg ik een CD-RW met daarop een powerpoint presentatie. Volgens die presentatie ga ik een helikoptervlucht maken, landen wij bij de Koperen Hoogte voor de lunch en vliegen daarna weer terug naar de basis. Kortom een VIP-arrangement zoals ik, gewone sterveling, nog nooit heb beleefd.

De wind is naar het NW gedraaid. Een ideale wind om naar Møn te zeilen. Als tijdens de tocht de zon ook nog doorbreekt is het helemaal feest. Koffie met gebak tijdens de overtocht, terwijl de Nederlandse driemaster Mare Frisium op de horizon is verschenen. De kalkrotsen zijn imposant qua afmetingen. Op sommige plekken meer dan 100 meter hoog. Dat realiseer je je pas goed wanneer je mensen als zwarte stipjes op strand ziet lopen.

Ook de haven van Klintholm is vol. Wij kunnen langszij bij een Nederlandse boot. Het lopend buffet in het restaurantje van de plaatselijke visrokerij smaakt geweldig goed.
Bij het opstaan schijnt de zon al volop. Er waait een matige wind helaas uit ZW. Maar de dagafstand is niet groot zodat wij tijd genoeg hebben om te kruisen. Het is een mooie zeildag. Stubbekøbig is geen aansprekende plaats.

Gescheurde zeilen






Dinsdagochtend het is bewolkt maar droog. Ook de Stortemelk, een tweemast charterschip onder Nederlandse vlag varend, verlaat even na ons de haven. Wij laten het rif zitten want de wind neemt al snel weer toe. Onze bestemming ligt in de wind dus moeten wij slagen maken om er te komen. De wind is 6 Bft met uitschieters naar 7 Bft. En er lopen beste golven waarvan er af en toe een over het dek rolt en soms de kuip bereikt, wat een frisse douche betekent. Als wij net overstag gegaan zijn scheurt het grootzeil. Het blijkt een naad te zijn die helemaal openscheurt. Snel het voorzeil wegrollen en het grootzeil laten zakken om verder onheil te voorkomen. Op de motor zwoegen wij verder richting Ishøj. Zodra wij de aanloopton bereikt hebben zetten wij de fok opnieuw om wat meer stabiliteit en snelheid te krijgen. Maar een ongeluk komt zelden alleen want ook de fok begint aan de achterkant te scheuren. Ishøj heeft geen zeilmaker maar in Hundige moet er wel een zijn. Dus verleggen wij de koers naar de jachthaven van Hundige. De eerste Deen die wij op steiger ontmoeten gaat meteen aan het bellen voor een zeilmaker zodra hij hoort van onze problemen. Maar helaas de zeilmakers die hij kent zijn met vakantie. In het havenkantoor weten ze nog wel iemand. Die wordt meteen gebeld en hij zal de volgende ochtend om 9.00 uur uit Kopenhagen komen om de zeilen te bekijken.

’s Avonds wordt er op het dek geklopt door een wat oudere man. Hij heeft gehoord van onze sores met de zeilen en zijn vrouw vond dat hij ons moest uitnodigen op de koffie. Dus om 8 uur gaan wij op visite bij Niels en Justine. Hij is Deen en zij is Zweedse. Ze wonen met twee pekineesjes in een bungalow met aangebouwde serre. Het huis is omgeven door een grote tuin waarin verscholen achter de begroeiing nog een Noorse hut staat als gastenverblijf. Justine heeft een zomerhuis in Zweden. Zij hebben vroeger veel gezeild met de Albin Vega waar ze nu alleen nog dagtochten maken. Tijdens hun zeilreizen hebben ze een paar keer flink pech gehad en zijn toen ook geweldig geholpen door onbekenden.

Woensdagochtend komen twee jonge zeilmakers de schade opnemen. Ze zien kans om de zeilen te repareren en zullen ze vanavond weer aan boord afleveren.

Arken ligt twee kilometer verderop aan het strand. Dit museum van actuele kunst is gebouwd in 1996 door een toen 25 jarige architect. Het ligt al een groorschip op het strand. Een Ark als toevluchtsoord voor de kunst. Het gebouw is vooral van binnen mooi ruimtelijk. Helaas worden een aantal zalen gerenoveerd waardoor er maar een zeer beperkte tentoonstellingsruimte beschikbaar is.

‘s Avonds om 8 uur worden de zeilen terug bezorgd, gerepareerd en wel. Wij kunnen morgen weer verder. Niels vertelt dat het weer definitief richting mooi zomerweer gaat en hijst alvast het voorzeil om zondag een tochtje te gaan maken.

1.8.07

Dragør



’s Ochtends gaan wij, bevrijdt uit onze ingesloten positie, op weg naar Ishøj. Er is een windwaarschuwing voor de Sont, maar voorlopig waait het nog niet hard zodat wij het volle tuig hijsen. Niet lang daarna moeten wij al een rif steken omdat de wind snel aanwakkert. Even voorbij Dragør wordt de lucht inktzwart en een gordijn van regen schuift naar ons toe. Wij keren om, strijken de zeilen en varen de oude haven van Dragør binnen. Het is een aardig plaatsje met een overvloed aan stokrozen. Er moet nog sporen te vinden zijn van de Nederlanders die zich in de 16e eeuw op het schiereiland Amager vestigden op verzoek van de Deens koning. Zij moesten zorgen voor verse groent en fruit voor het hof. Maar iets anders dan de Jan Timmangatan hebben wij niet gezien. In het Dragørmuseum is vast meer te vinden.

Tivoli







Ook zondagochtend leeft de stad. Veel mensen zijn te voet onderweg naar onbekende bestemmingen. Wij lopen richting Tivoli, maar brengen eerst nog een kort bezoekje aan het Danish Design Centre. Zowel de Denen als de Finnen hebben een naam hoog te houden op het gebied van design. Bestek, meubels, gebruiksvoorwerpen, fietsen en kleding allemaal met een Scandinavische signatuur.

Tivoli is een combinatie van pretpark, theater en restaurants. Het buiige weer is vandaag de grote spelbreker. Wij wagen ons in de zweefmolen die ons hoog boven het park doet zweven. Het uitzicht over de stad en de nabije zee is prachtig. Op het middenterrein wordt een onderhoudende show gegeven, compleet met beelden op grote schermen. Jong en oud doet zich te goed aan worstjes en ijs. Er wordt streng gelet op veiligheid. Voor iedere attractie geldt een minimum lengte die zonodig gecontroleerd wordt. Maar ook de kleintjes komen goed aan bod. Denemarken is een heel kindvriendelijk land. Een sms-je haalt ons uit deze fantasiewereld. Mijn broer met zijn gezin, op doorreis naar Zweden, staat te wachten om samen ergens te gaan eten. Het is erg gezellig en na afloop drinken wij koffie aan boord.